Menu

2016/3

U bent hier

Verslechteringsverbod

Isabelle Larmuseau, Tom De Waele, Peter Flamey en Antoon Lust

Net vóór het in druk gaan van dit TOO-nummer, sprak het Grondwettelijk Hof op 6 oktober 2016 het langverwachte arrest uit over de grondwettigheid van het Omgevingsvergunningsdecreet.

Een opsteker voor de decreetgever: het Hof oordeelt dat de standstill-verplichting, voortvloeiend uit het grondwettelijk recht op de bescherming van een gezond leefmilieu, de decreetgever niet verbiedt wijzigingen aan te brengen in het stedenbouw- en milieuvergunningenstelsel. De overheid moet haar beleid kunnen aanpassen aan de wisselende vereisten van het algemeen belang; het staat niet aan het Hof te oordelen of de keuze van de decreetgever opportuun of wenselijk is.

Niet onredelijk is het alvast om het hoorrecht in eerste administratieve aanleg enkel toe te kennen aan de vergunningsaanvrager, en in laatste administratieve aanleg te beperken tot de vergunningsaanvrager en de beroepsindiener.
De regeling van de participatierechten van derden doorstaat de grondwettigheidstoets, aldus het Hof.

Ook de in tweede administratieve aanleg ingevoerde vervaltermijn passeert vlot. De stilzwijgende afwijzing van beroepen tegen een omgevingsvergunning leidt ertoe dat de in eerste administratieve aanleg genomen beslissing kan worden bestreden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Is er in eerste aanleg een stilzwijgende weigering tussengekomen, geen probleem, deze rechtsfiguur is niet onbestaanbaar met het recht van de Europese Unie.

Kan volgens het Hof wél als een achteruitgang van het beschermingsniveau worden beschouwd: het principe van de onbepaalde geldingsduur van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit. Door evenwel te voorzien in een periodiek evaluatiesysteem en de mogelijkheid om het voorwerp en de duur van de omgevingsvergunning op het einde van elke exploitatieperiode van twintig jaar bij te stellen, heeft de decreetgever volgens het Hof maatregelen genomen om een aanzienlijke achteruitgang in het beschermingsniveau van het leefmilieu tegen te gaan.

Omdat een loutere hernieuwing/omzetting van/tot een omgevingsvergunning niet gepaard gaat met activiteiten die fysieke ingrepen in het leefmilieu vereisen, valt deze niet onder de mer-plicht. Het Europese Hof van Justitie sprak zich hierover reeds uit in een zaak die handelde over onze eigen nationale luchthaven.

Wie denkt dat deze hoera-stemming tot het einde van het arrest aanhoudt, heeft het fout voor: wél problematisch voor het Hof is het gebrek aan passende beoordelingsplicht bij een loutere hernieuwing/omzetting van/tot een omgevingsvergunning voor activiteiten die geen fysieke ingrepen in het leefmilieu vereisen. Uit recente rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt immers dat het verslechteringsverbod opgenomen in artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn ook geldt voor exploitaties die niet kwalificeren als een ‘project’ in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn.

Sinds de Programmatische Aanpak Stikstof ons de facto heeft geleerd dat Vlaanderen op het vlak van de passende beoordeling nog een weg te gaan heeft, oordeelt nu ook het Grondwettelijk Hof dat ‘de praktijk tot opmaak van de passende beoordeling gaandeweg is gegroeid, waarbij zowel de kwantiteit als de kwaliteit doorheen de jaren zijn veranderd’. Het Hof acht het dan ook niet redelijk verantwoord om een tijdelijke milieuvergunning om te zetten in een permanente omgevingsvergunning, zonder op enige manier in een actualisatie van de passende beoordeling te voorzien.

De decreetgever kan zich gelukkig prijzen: na een beperkte (en in de sterren geschreven) legistieke bijsturing van het Omgevingsvergunningsdecreet op het vlak van de passende beoordelingsplicht, staat niets nog de inwerkingtreding van het Omgevingsvergunningsdecreet op 23 februari 2017 in de weg.

TOO vaart eenzelfde koers. Ook dit nummer staat in het teken van het verslechteringsverbod: TOO wordt steeds beter.

Inhoud

Op het menu

  • Verslechteringsverbod - Isabelle Larmuseau, Tom De Waele, Peter Flamey en Antoon Lust

 

 Cocktail

  • Bedenkingen bij het voorontwerp Vlaams decreet op de onteigening - Martin Denys

 

Voor het gerecht

  • Eerste praktijkevaluatie van de nieuwe archeologieregelgeving: begraven die handel? - Bert Acke en Emma Vanderstraeten
  • De wonderbaarlijke terugkeer van Pietje de Leugenaar in Doel: hoeveel marge nog voor natuurinclusief ontwerpen na het arrest van 21 juli 2016 omtrent het Saeftinghedok? - Hendrik Schoukens
  • Waterkwaliteit versus duurzaamheid - J.J.H. van Kempen en H.E. Woldendorp

 

Bij het gerecht

  • Inspraak te PAS en onPAS. Of hoe ook natuurplannen kunnen struikelen over Aarhus
  • Vastgoedverkoop: (ver)zwijgen is geen goud
  • Zwarte schapen niet welkom in agrarisch gebied
  • Het bepalen van de onteigeningsvergoeding voor constructies 'sans papiers'. Illegaal, dus per definitie waardeloos?
  • De verkaveling met één lot, al te zot?
  • Oude erfdienstbaarheden door een moderne bril bekeken
  • Ook restverontreiniging zonder milieurisico moet worden opgekuist
  • Bevel is niet steeds bevel bij handhaving van onroerend erfgoed
  • Drie stelregels in verband met het aanvullen van de vergunningsaanvraag en cours de route
  • Zeg nooit zomaar water tegen een 'oppervlaktewaterlichaam'
  • Nogmaals over de redelijke termijn in het stedenbouwcontentieux
  • De doorbraak van de (onteigenings)noodzaak
  • Iedereen zijn bestuurlijke lus: nu ook ruimtelijke uitvoeringsplannen
  • Aansprakelijkheid bij overschreiding van een ordetermijn
  • GwH laat schizofrene steden en gemeenten toe bij milieustakingsvorderingen
  • Werkzaamheden ter voorkoming van het verval van een vergunning: doen alsof volstaat niet
  • De Kasteelkaai van Kortrijk: de absurditeit van het dualisme (nog niet) voorbij
  • Een opflakkerend probleem voor uitdovende weekendverblijven
  • Opgepast, val niet over de vervalregeling
  • Cassatie zet het gebruiksmisdrijf op scherp
  • De interpretatie van aanpassingswerken aangepast?
  • Te veel (onteigenings)druk op de ketel
  • SOS landbouw: recept voor de 'voor het landbouwbedrijf noodzakelijke gebouwen'
  • Wie horen wil, moet vragen
  • Hoogdringendheid voor de RvVb. Wordt de lat lager gelegd voor de lokale besturen?
  • De gebieden voor milieubelastende industrie van de gewestplannen. Twaalf ambachten en dertien ongelukken?
  • Afgewerkt staat netjes
  • Verkoop grond met gedynamiteerde vergunning. Voor wie zijn de brokken?
  • Onteigenen kan slechts als het écht nodig is
  • Ook aan de devolutieve werking van het administratief beroep zijn grenzen
  • Briels-bis in het dossier van de Waaslandhaven
  • Onzekere vergunningen kunnen niet vervallen