Menu

Nieuws

U bent hier

De rationalisering van fiscale gunstmaatregelen en de weerslag ervan op het ‘grondbeleid’ van de gemeenten

De rationalisering van fiscale gunstmaatregelen en de weerslag ervan op het ‘grondbeleid’ van de gemeenten

Op 27 april 2018 heeft de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring gehecht aan het ontwerpdecreet over de ‘rationalisering van fiscale gunstmaatregelen’. Het betreft een aantal rationaliseringsmaatregelen in verschillende domeinen waarbij fiscale gunstmaatregelen worden aangepast op basis van hun effectiviteit en hun maatschappelijke noodzaak. Een duidelijke impact mag worden verwacht op het ‘grondbeleid’ van de gemeenten.

 

De vereenvoudiging van de regelgeving is een voortdurende bekommernis die tijdens elke legislatuur op de agenda staat. Ook het huidige Regeerakkoord besteedt de nodige aandacht aan vereenvoudiging. Het gaat daarbij om het opheffen van niet of onderbenutte maatregelen, het wegwerken van knelpunten die leiden tot de onderbenutting van regelgeving, een administratieve vereenvoudiging voor de burger of de overheid of een actualisering van verouderde terminologie of verwijzingen.

 

Op het vlak van de fiscaliteit werden recent volgende rationaliseringen door de Vlaamse Regering goedgekeurd, die rechtstreeks of minstens onrechtstreeks een duidelijke weerslag zullen hebben op het grondbeleid van de gemeenten.

 

1. Afschaffing belastingvermindering voor uitgaven met het oog op de  vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid vanaf aanslagjaar 2019

 

In 2009 werd een belastingvermindering ingevoerd voor uitgaven gedaan voor de vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid. Een zone voor positief grootstedelijk beleid is een gemeente of een afgebakend deel van een gemeente waar het woon- en leefklimaat moet worden verbeterd door specifieke maatregelen (zgn. achtergestelde stadswijken). Dergelijke zone wordt bij Koninklijk besluit bepaald en geldt voor een periode van 6 kalenderjaren. Nu in de praktijk nauwelijks tot de afbakening van zulke gebieden wordt overgegaan ingevolge de bijzonder omslachtige procedure, en de gewone burger de opgelijste gebieden amper weet te vinden, werd besloten om de belastingvermindering met ingang van aanslagjaar 2019 op te heffen en de voorkeur te verlenen aan de algemene hervorming  van  het  verkooprecht , te weten een verlaging van het algemene tarief voor een gezinswoning van 10% naar 7%, met een extra  korting voor woningen gelegen in centrumsteden en in de Vlaamse  rand,  en voor ingrijpende energetische  renovaties waardoor een meer directe impact mogelijk is in functie van de woonplaats.

 

2. Afschaffing belastingvermindering voor renovatiewerken aan woningen die worden verhuurd aan een sociaal verhuurkantoor vanaf 1 januari 2019

 

Een ander voordeel dat in 2009 werd toegekend betreft de belastingvermindering voor renovatiewerken aan woningen die worden verhuurd aan een sociaal verhuurkantoor. De federale wetgever wilde de hoge kwaliteitseisen die worden gesteld aan deze woningen fiscaal en financieel compenseren voor de eigenaar ervan. Door het inmiddels zeer uitgebreide gamma aan stimuli, met elk zijn eigen toepassingsvoorwaarden en bevoegd overheidsniveau, ziet de burger nauwelijks nog de bomen door het bos en raakt  hij ontmoedigd  door  de  papierwinkel  die  moet  worden  ingevuld  om  van  alle regelingen gebruik te kunnen maken. Om die reden werd beslist om de belastingvermindering in de personenbelasting af te schaffen voor uitgaven gedaan vanaf 1 januari 2019, en in te zetten op het verder verlagen van het basistarief inzake onroerende voorheffing voor wat betreft woningen die via een sociaal verhuurkantoor worden verhuurd.

 

 

 

3. Afschaffing belastingvermindering voor renovatieovereenkomsten afgesloten na 31 december 2018

 

Een renovatieovereenkomst is een kredietovereenkomst die de kredietgever een jaarlijkse belastingvermindering toekent wanneer de overeenkomst erin bestaat (onder welbepaalde voorwaarden) een krediet te verstrekken dat specifiek erop gericht is om woningen of bedrijfsruimten die zijn opgenomen in het leegstandsregister, de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten of de lijsten van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen en verwaarloosde gebouwen en/of woningen, te renoveren.

 

Doordat de formule slechts een beperkt aantal geïnteresseerden aantrekt en de goedkeuring ervan heel wat personeelsinzet van de overheid vergt, werd besloten om de belastingvermindering op te heffen voor renovatieovereenkomsten die na 31 december 2018 gesloten worden. Voor de doelgroep van leegstaande en verwaarloosde woningen worden versterkte maatregelen voorzien in de onroerende voorheffing.

 

De Vlaamse Regering benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor het wegwerken van de leegstaande en verwaarloosde woningen in de eerste plaats ligt bij de gemeenten. Er  wordt immers slechts een gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen geheven die  opgenomen zijn in de inventaris als de gemeente zelf geen heffing voorziet die voldoet aan de vereiste minima.

 

4. Uitbreiding vrijstelling onroerende voorheffing voor ombouw winkel of bovenliggende verdieping tot woning of sloop gevolgd door vervangbouw voor ongeschikte of onbewoonbare woningen/leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten

 

Eén van de meest hinderlijke elementen voor een vitaal straatbeeld en de aantrekkelijkheid van een winkelcentrum is ongetwijfeld de leegstand. De desolate indruk van leegstaande handelspanden, of  van leegstaande ruimten boven de winkels, legt een hypotheek op elke inspanning van de  gemeente  om de attractiviteit van een bepaalde straat te verhogen. De leegstand van enkele panden kan al snel een sneeuwbaleffect veroorzaken en uiteindelijk resulteren in wegkwijnende winkelstraten en een  verzwakte handelsfunctie van specifieke buurten, wat resulteert in een steeds grotere economische schade.

 

Anderzijds wordt de ruimte in Vlaanderen ook steeds schaarser. In het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wordt vooropgesteld om het ruimtebeslag terug te dringen en de inname van nieuwe ruimte tegen 2040 volledig te stoppen.

 

Ook in het handelsvestigingsbeleid wordt sinds het decreet van 15 juli 2016 de klemtoon gelegd op een versterking van kernwinkelgebieden en een conversie van de winkelarme gebieden naar woongebied volgens het principe: verweving waar het kan, scheiding waar het moet. Lokale  besturen wordt dan ook voorgesteld om de kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden duidelijk  af te bakenen.

 

Met de voorgestelde wijzigingen beoogt men het wonen boven winkels verder aan te moedigen en leegstaande winkelpanden aan te pakken.

 

De reeds bestaande vrijstelling van onroerende voorheffing bij het omvormen van een klein handelspand naar een woning blijft vandaag de dag ruimschoots onderbenut ingevolge de strenge toepassingsvoorwaarden die gelden waarbij o.m. wordt vereist dat minstens de helft van de oppervlakte nog in gebruik moet zijn door een actieve handelszaak. De strenge voorwaarden worden geschrapt en de vrijstellingsperiode zal worden uitgebreid.

 

Daarnaast wil de Vlaamse regering buiten de kernwinkelgebieden (zoals gedefinieerd in artikel 2,3° van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid) de omvorming van leegstaande handelspanden tot woningen stimuleren. Gemeenten kunnen middels een verordening of een ruimtelijk uitvoeringsplan winkelarme gebieden (zoals gedefinieerd in artikel 2,8° van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid) aanduiden in het stadscentrum of de dorpskern waar deze omvorming van handelspand naar woning fiscaal wordt gestimuleerd.

 

Tot slot wordt ook voorzien in een fiscaal voordeel voor de sloop en vervanging van verwaarloosde en leegstaande bedrijfspandruimten naar woningen.

 

Voortaan wordt er (onder bepaalde voorwaarden) een vrijstelling van de onroerende voorheffing verleend voor het kadastraal inkomen van:

  • onroerende goederen die zijn gebruikt om een kleinhandelsactiviteit (zoals gedefinieerd in artikel 3 van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid) uit te oefenen, die in een winkelarm gebied liggen en die op grond van een geldige omgevingsvergunning verbouwd worden tot een of meerdere woningen;

  • onroerende goederen waarvan minstens de benedenverdieping wordt gebruikt om een kleinhandelsactiviteit uit te oefenen, die in een kernwinkelgebied liggen en waarvan een of meer verdiepingen boven de kleinhandelsactiviteit op grond van een geldige omgevingsvergunning verbouwd worden tot een of meer woningen;

  • onroerende goederen waarin sloopwerkzaamheden gevolgd door vervangbouw worden uitgevoerd en die voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden opgenomen zijn in de inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen of de inventaris van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten.

     

    Conclusie :

     

    Samengevat kan worden gesteld dat het ontwerpdecreet over de ‘rationalisering van fiscale gunstmaatregelen’ dat op 27 april 2018 door de Vlaamse Regering voor een tweede keer principieel werd goedgekeurd, heel wat kansen biedt voor het lokale grondbeleid van gemeenten. Het terugdringen van de winkelleegstand dreigt in de praktijk evenwel een knelpunt te vormen nu het fiscaal gunstregime voor elke gemeente een actief optreden vereist middels de opmaak van een verordening of een ruimtelijk uitvoeringsplan, waarbij het debat over de leegstaande handelspanden ongetwijfeld zal worden verruimd tot de vraag welk type winkel waar is gewenst binnen het beoogde winkelarm gebied….waarover niet elke handelaar, eigenaar van handelspanden of burger het onmiddellijk eens zal zijn….

     

    Het ontwerpdecreet zal nu een traject doorlopen in het Vlaams parlement, waarbij een wijziging of bijsturing van de vooropgestelde maatregelen niet is uitgesloten.

     

    Het grondbeleid van de gemeenten belooft ook na de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 een hot item te blijven !