Menu

Nieuws

U bent hier

FAQ - GECORO

FAQ - GECORO
  1. Moet de GECORO eerst het huishoudelijk reglement goedkeuren alvorens de gemeenteraad dit kan?

    Het huishoudelijk reglement regelt de wijze van agenderen en uitnodigen, de manier waarop binnen de GECORO informatie verspreid en opgevolgd wordt, hoe adviezen worden geformuleerd, hoe met minderheidsstandpunten wordt omgegaan, enz. Het is een document dat de GECORO zelf opstelt, met eenparigheid van stemmen goedkeurt en daarna aan de gemeenteraad voorlegt.

    In principe kan de gemeenteraad dat voorstel van huishoudelijk reglement alleen maar goed- of afkeuren. In het laatste geval maakt het zijn opmerkingen over aan de GECORO, die het reglement aanpast en opnieuw indient. Ook voor de wijzigingen is binnen de GECORO eenparigheid van stemmen vereist.

     

  2. Leden van de gemeenteraad of het schepencollege geen kunnen geen lid van de GECORO zijn, maar wat met mandatarissen van het OCMW en werknemers van het lokaal bestuur? Het Decreet Lokaal Bestuur spreekt enkel van gemeenteraad en schepencollege. Betekent het opnemen van een politiek mandaat het einde van het lidmaatschap? Voor welke politieke mandaten geldt dit juist?

    De GECORO bestaat uit vertegenwoordigers van maatschappelijke geledingen zoals lokale ondernemers, milieu- en natuurverenigingen, land- en tuinbouwers, vakbonden, jeugdwerking, sociale huisvestingsmaatschappijen, ... De gemeente kiest zélf hoe en via welk forum organisaties en deskundigen zich kandidaat kunnen stellen voor de GECORO. Zo’n bekendmaking gebeurt natuurlijk best zo ruim mogelijk, bv. via het gemeentelijk infoblad, de gemeentelijke website, sociale media, ...

    De gemeenteraad kan na de gemeenteraadsverkiezingen een volledig nieuwe GECORO samenstellen volgens de procedures en de richtlijnen die in het decreet en het uitvoeringsbesluit werden vastgelegd.

    Art. 304, §3, derde lid van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat enkel leden van de gemeenteraad of het schepencollege geen lid kunnen zijn van de GECORO. Dit wordt nogmaals expliciet bevestigd in art. 1.3.3, § 3, derde lid VCRO. Met het begrip ‘lid’ wordt bedoeld ‘stemgerechtigd lid’. Daarnaast wordt bedoeld leden van de gemeenteraad of het schepencollege van ‘de betrokken gemeente’.

    Er geldt op grond van het decreet aldus geen uitsluitingsgrond voor mandatarissen van het OCMW of werknemers van het lokaal bestuur voor wat betreft de GECORO. Strikt genomen mogen werknemers van het lokaal bestuur in de GECORO van hun gemeente zetelen, maar de kans is reëel dat ze vroeg of laat in situaties terechtkomen waarin van hen verwacht wordt dat ze een gemeentelijk standpunt vertegenwoordigen of zelfs verdedigen. Bepaalde beroepen lopen een vergelijkbaar risico. Notarissen bijvoorbeeld bemiddelen vaak bij vastgoedtransacties. Binnen de GECORO kan dat aanleiding geven tot belangenconflicten. Ook bij de behandeling van een concreet dossier kan belangenvermenging ontstaan. Als dat gebeurt, laat het betrokken GECORO-lid zich best vervangen en neemt hij in geen geval deel aan de bespreking. Tip: ambtenaren die betrokken zijn bij de opmaak van ruimtelijke plannen worden best uit de GECORO geweerd. Bij uitbreiding is het zelfs de vraag of dit niet beter geldt voor alle personeelsleden van de eigen gemeente. Het kan de goede werking en de onafhankelijkheid van de GECORO alleen maar ten goede komen. Los daarvan is het perfect legitiem dat de gemeentesecretaris of een andere ambtenaar de rol van secretaris van de GECORO op zich neemt.

    De uitsluitingsgrond geldt van zodra men deel uitmaakt van de gemeenteraad of het schepencollege. Het is enkel voor deze politieke mandaten dat de uitsluitingsgrond geldt.

     

  3. Twee derden van de leden van de GECORO mogen van hetzelfde geslacht zijn. Geldt dit voor de effectieven, de effectieven en de plaatsvervangers of voor de som van beiden?

    Art. 304, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat binnen een overlegstructuur hoogstens twee derde van de leden van hetzelfde geslacht mag zijn. Die regel is van toepassing op alle adviesraden, dus ook op de GECORO. Als de 2/3-regel niet gerespecteerd wordt, zijn de adviezen van de GECORO zelfs niet rechtsgeldig.

    Tot 2012 gold een overgangsregeling omdat het in de praktijk moeilijk bleek te zijn om aan de man-vrouwverhouding te voldoen: GECORO’s waarvan de samenstelling was goedgekeurd door de deputatie - ondanks het feit dat meer dan 2/3 van de leden mannen waren - konden rechtsgeldig vergaderen en adviezen uitbrengen. Deze overgangsregeling is niet meer van toepassing.

    De gemeente kan de maatschappelijke geledingen best duidelijk vragen om bij de selectie van kandidaten een evenwicht tussen mannen en vrouwen na te streven. Meer in het algemeen is het aangewezen dat een gemeente een actief beleid voert waarin ze vrouwen aanmoedigt zich kandidaat te stellen.

    Tip: In geval van een onevenwicht kan de gemeenteraad op eigen initiatief beslissen om binnen de bestaande GECORO-samenstelling wissels door te voeren tussen effectieve leden en plaatsvervangers. Dit tot de correcte man-vrouwbalans hersteld is. Om te voorkomen dat mensen tegen hun zin plots effectief lid worden, gebeurt dit best in nauw overleg met de betrokkenen.

    Aldus: de 2/3-regel is van toepassing op de effectieve leden. Van de leden die effectief zetelen mogen hoogstens 2/3 van de leden van hetzelfde geslacht zijn. Indien er een impasse lijkt te zijn, kan een plaatsvervanger van het benodigde geslacht bij voorkeur zetelen in plaats van het principiële effectieve lid.