Menu

Nieuws

U bent hier

De passieve openbaarheid van bestuur gaat ver

De passieve openbaarheid van bestuur gaat ver

Sinds 1 januari 2019 is het nieuwe Bestuursdecreet in werking getreden, dat het vroegere decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur vervangt. Hoewel het concept openbaarheid van bestuur niets nieuws is, blijkt dat in de praktijk dat de principiële openbaarheid van alle bestuursinformatie vaak nog onduidelijkheden en problemen met zich meebrengt.

 

De verplichte passieve openbaarheid van bestuur

In de rechtsleer en rechtspraak maakt men een onderscheid tussen de actieve openbaarheid en passieve openbaarheid van bestuur. Waar de actieve openbaarheid van bestuur vereist dat overheden zelf ‘actief’ informatie verspreiden onder hun burgers, verwacht de passieve openbaarheid van bestuur dat overheden informatie overmaken aan hun burgers van zodra iemand daarom verzoekt. Hoewel de actieve openbaarheid op basis van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 een actieve verplichting inhoudt in hoofde van overheden, is de passieve openbaarheid een algemeen grondrecht dat verankerd is in artikel 32 van de Grondwet.

De passieve openbaarheid van bestuur legt op dat iedereen het recht heeft om elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen. Dit grondrecht is dus vrij verregaand aangezien deze verplichting geldt ten opzichte van iedereen (natuurlijke persoon, rechtspersoon, andere overheid) en ten opzichte van alle informatie die in het bezit is van een overheid, ongeacht de auteur en ongeacht de drager.

 

De principiële openbaarheid van alle bestuursinformatie

Dus eenieder die erom verzoekt heeft het recht om bestuursdocumenten ter plaatse in te kijken, er uitleg over te krijgen en er een afschrift van te ontvangen. De inzage van een bestuursdocument en de inzage ervan zijn in principe steeds gratis. Voor het overmaken van een afschrift kan echter wel een redelijke kostprijs gevraagd worden, voor zover die samenhangt met de kosten die de overheid maakt om de aanvrager een afschrift te bezorgen (uurloon, papierkost, enz.).

Een bestuursdocument wordt in artikel I.4 van het Bestuursdecreet gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”, wat verregaande gevolgen heeft. Het volstaat dus dat een document, video of fotobeeld informatie bevat die in handen is van een overheid. In de praktijk blijken overheden te onderschatten hoe verreikend deze definitie is. De openbaarheid kan bijvoorbeeld ook betrekking hebben op interne documenten, voorbereidende handelingen, communicatie tussen overheden en burgers, uitvoeringshandelingen, contracten, enz.

Bovendien maakt het Bestuursdecreet nog een onderscheid tussen gewone bestuursinformatie, milieu-informatie en informatie over emissies. Voor deze laatste twee informatievormen geldt een ruimere openbaarheid, met minder uitzonderingsmogelijkheden.

 

Limitatieve, restrictieve uitzonderingen

Het grondwettelijk principe is dus duidelijk: alle bestuursdocumenten in handen van een overheid vallen onder de principiële openbaarheid van bestuur. Iedereen heeft dus het recht om hiervan inzage, uitleg en een afschrift te vragen. Deze principiële openbaarheid geldt enkel niet wanneer een bestuursdocument valt onder een uitdrukkelijke uitzonderingsgrond, vervat in het Bestuursdecreet van 7 december 2018 of de Wet Openbaarheid Bestuur van 11 april 1994. Deze uitzonderingen zijn echter limitatief – er zijn slechts een beperkt aantal mogelijkheden – en moeten restrictief worden toegepast, wat in de praktijk vaak interpretatieproblemen geeft.

Alle overheden kunnen/moeten zowel de Vlaamse als federale uitzonderingsgronden toepassen, ongeacht of zij zelf een Vlaamse of federale overheid uitmaken. Zo is ook bijvoorbeeld de uitzonderingsgrond met betrekking tot de bescherming van auteursrechten ook van toepassing op bestuursdocumenten in handen van de Vlaamse overheid. Een overheid leest dus best eens de uitzonderingsgronden na om ze steeds correct te kunnen toepassen (zie artikel II.33 t.e.m. artikel II.35 van het Bestuursdecreet en artikel 6 t.e.m. artikel 9 van de Wet Openbaarheid Bestuur).