Menu

Nieuws

U bent hier

‘Rode’ stikstofsite wordt natuurgebied ‘Op de schomme’

‘Rode’ stikstofsite wordt natuurgebied ‘Op de schomme’

In Molenstede (Diest) is recent  gestart met de afbraak van een voormalig varkensbedrijf. De stikstofuitstoot op de omliggende natuur bleek te groot. Met een impact van meer dan 50% op de kritische depositiewaarde (KDW) van de habitat kreeg dit ‘rode’ bedrijf een negatieve beoordeling en moest het zijn activiteiten herzien.  De Vlaamse Landmaatschappij (VLM), die de site in 2019 verwierf, kiest voor een maximale natuurwinst. De vrijgekomen site zal dankzij natuurherstelwerken twee nabijgelegen natuurgebieden verbinden, waardoor een groter aaneengesloten natuurgebied ontstaat.

Vermesting en verzuring door een te hoge stikstofdepositie hebben een schadelijke impact op ecosystemen en tasten de biodiversiteit aan. Om de uitstoot aan stikstof tot een aanvaardbaar niveau te reduceren, heeft de EU een juridisch instrumentarium uitgewerkt. Denken we bijvoorbeeld aan de NEC-Richtlijn inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen, de Luchtkwaliteitsrichtlijn met normen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens en natuur en de Habitatrichtlijn (HRL).

 

SBZ’s en gunstige staat van instandhouding’

De Habitatrichtlijn verplicht de lidstaten tot het aanwijzen van de meest waardevolle natuurgebieden als speciale beschermingszones (SBZ’s) binnen het Natura 2000-Netwerk. Binnen die SBZ’s moeten de lidstaten de nodige instandhoudingsmaatregelen (S-IHD’s) treffen om de natuur in een ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen (artikel 6, lid 1 HRL). Dit betekent dat lidstaten milieudrukken met een belangrijke impact op de habitatkwaliteit binnen de SBZ, zoals atmosferische stikstofdepositie, moeten aanpakken. Verder geldt binnen de SBZ’s een verslechteringsverbod (artikel 6, lid 2 HRL; artikel 36ter, § 2 Natuurdecreet). Bovendien mogen de lidstaten geen vergunningen uitreiken voor nieuwe ontwikkelingen binnen of in de buurt van SBZ’s die significante schade aan de habitat zouden veroorzaken (artikel 6, lid 3 HRL; artikel 36ter, § 3-4 Natuurdecreet), tenzij het gaat om projecten van dwingend groot maatschappelijk belang (artikel 6, lid 4 HRL; artikel 36ter, § 5 Natuurdecreet), er geen minder schadelijk alternatief voorhanden is en proactief de nodige compenserende maatregelen worden getroffen.

 

Stikstofdrempels en significantiedrempels

Tegen 2050 moet Vlaanderen in al deze SBZ’s een gunstige staat van instandhouding bereiken. In deze afgebakende gebieden mogen tegen dan geen ongunstige invloeden zijn van de mens of van menselijke activiteiten op de habitats en soorten. Een ambitieuze doelstelling. Zeker, gezien om en bij tweederde van de Europese SBZ’s zich momenteel in een ‘ongunstige staat van instandhouding’ bevinden en de ‘overbelasting’ aan stikstofdepositie hierbij een van de belangrijkste oorzaken is.

Het doembeeld van een vergunningenstop werd dan ook reëel. Om zo’n ‘vergunningenstop’ te omzeilen,  maakt de Vlaamse Regering sinds 2014 werk van een ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) (artikel 50ter, § 4 Natuurdecreet) dat ecologische belangen en economische ontwikkelingen moet verzoenen. Operationeel is die PAS nog niet. Anno 2021 blijft het wacht op een definitieve PAS. In het verleden werd op het niveau van vergunningen gebruik gemaakt van significantiekaders en drempelwaarden voor de beoordeling van deposities van NH3 en NOx. Recent heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) in haar arrest van 25 februari 2021 dat PAS-significantiekader scherp onder vuur genomen. Op 2 mei 2021 heeft Demir een ministeriële instructie terzake uitgevaardigd.

Vóór het precedentenarrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en vóór de ministeriële instructie van 2 mei 2021 zag het PAS-significantie er als volgt uit.  Activiteiten die onder de significantiedrempel van 5% van de KDW van het meest gevoelige habitattype blijven, konden probleemloos vergund worden (de ‘zogeheten ‘groene’ bedrijven). (KDW is de maximum hoeveelheid stikstof die een habitat kan opnemen zonder dat er schadelijke effecten optreden.) Activiteiten met een depositie tussen 5 en 50% vergden een individuele passende beoordeling (de zogeheten ‘oranje’ bedrijven).  Voor activiteiten met een depositie van 50% of meer kon geen vergunning meer worden verleend. Zo kreeg het varkensbedrijf in Molenstede (Diest), met een impact van meer dan 50% op de kritische depositiewaarde (KDW), een rode kaart en moest het zijn activiteiten herzien.

Om tegemoet te komen aan het precedentenarrest heeft Demir op 2 mei 2021 heeft Demir een nieuwe ministeriële instructie uitgevaardigd.

 

Precedentenarrest: stikstofbeleid op losse schroeven, significantiekaders onder vuur

In haar arrest van 25 februari 2021 verwierp de Raad voor Vergunningsbetwistingen het PAS-significantiekader en de daarin opgenomen drempelwaarden als onvoldoende. Een significantiekader kan, aldus de Raad, een concrete wetenschappelijke ‘passende beoordeling’ zoals wettelijk voorgeschreven in artikel 36ter Natuurdecreet en artikel 6 lid 3 HRL, niet vervangen. Van een vergunningverlenende overheid “wordt verwacht dat deze op concrete wijze motiveert waarom ze op grond van objectieve gegevens tot de conclusie kwam dat het project (al dan niet in samenhang met andere projecten) geen risico op significante gevolgen voor het SBZ met zich meebrengt, of met andere woorden, dat significante gevolgen uitgesloten zijn. De loutere verwijzing naar het bestaande PAS-significantiekader met diens drempelwaarden kan op zich niet volstaan om, in afwijking van het bepaalde in artikel 36ter Natuurdecreet, de aanvraag niet concreet te beoordelen op zijn betekenisvolle effecten op de nabijgelegen SBZ.”

 

Ministeriële instructie, nieuwe tijdelijke regeling

Op 2 mei 2021 heeft Demir een nieuwe ministeriële instructie betreffende de beoordeling van de stikstofuitstoot van vergunningaanvragen uitgevaardigd. Een nieuwe tijdelijke regeling die in afwachting van een definitief PAS-kader moet vermijden dat het precedentenarrest van de RvVb resulteert in een vergunningenstop.

De nieuwe tijdelijke regeling maakt een onderscheid tussen ammoniak en NOx. Voor een project met NOx-uitstoot bedraagt de drempelwaarde één procent. Levert het project een bijdrage van minder dan één procent aan de kritische depositiewaarde van een habitat, dan is er geen passende beoordeling vereist.

Bij projecten met ammoniakuitstoot wordt die drempel niet gehanteerd. De ministeriële instructie stelt dat in afwachting van een definitief kader in de Programmatische Aanpak Stikstof voor ammoniakdeposities veroorzaakt door veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, steeds een individuele beoordeling dient te worden doorlopen, waarbij desgevallend een passende beoordeling moet worden gemaakt. Daarbij moet bij ieder vergunningsproject maximaal ingezet worden op ammoniakemissiereducties, minstens door de inzet van BBT-technieken, ammoniakemissiearme stalsystemen en maatregelen uit de PAS-lijst. Verder stelt de ministeriële instructie dat het aangewezen is om geen vergunningen meer te leveren voor exploitaties met een impact van meer dan 50%.

De ministeriële instructie is onmiddellijk van toepassing in alle lopende vergunningsaanvragen waarin nog geen definitieve beslissing werd genomen.

 

 

Varkensbedrijf wordt natuurgebied ‘Op de Schomme’

Met een impact van meer dan 50% op de kritische depositiewaarde (KDW), kreeg het varkensbedrijf in Molenstede (Diest) enkele jaren terug een ‘rode’ kaart en moest het zijn activiteiten herzien. In 2016 diende het varkensbedrijf een aanvraag in tot koopplicht. Dat is een van de flankerende maatregelen van de Vlaamse overheid die de getroffen landbouwers moet begeleiden en compenseren. In 2019 verwierf de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) de ‘rode’ site, goed voor ruim vijf hectare. In 2020 onderzocht de VLM samen met het Agentschap Natuur en Bos (ANB)  en Natuurpunt een nieuwe bestemming voor de vrijgekomen gronden. Een nieuwe landbouwfunctie bleek moeilijk te creëren omwille van de specifieke lage bouw en compartimentering van de stallen. Daarom is gekozen voor een maximale natuurwinst. Daarbij zal de site volledig onthard en afgebroken worden.

Intussen is gestart met het ontmantelen van de binneninrichting (voederbakken, voedersystemen en ligboxen). Ook de funderingen en ondergrondse constructies, zoals de mestkelders, worden verwijderd. Een erkend mestvoerder zal de mest uit de mestkelders afvoeren conform de mestwetgeving.

In september begint de aannemer met de afbraak van de constructies: de boerderij, drie varkenstallen en de loodsen. In de weilanden worden de kleinere stalletjes gesloopt. De volledige betonverharding rondom de gebouwen zal verdwijnen.

Opzet is om het gebied terug te geven aan de natuur.  De natuur van de aangrenzende natuurreservaten Dassenaarde en de Vallei van de 3 beken zal binnenkort ononderbroken doorlopen. Om dat te bereiken zullen natuurherstelwerken plaatsvinden, zoals het herstellen van het oorspronkelijke vlakke reliëf en het verarmen of verschralen van de bodem. Verder worden een aantal afwateringsgrachten gedempt en afgekoppeld zodat het water beter ter plaatse blijft en een oud ven kan worden hersteld.

Naast natuur wordt er ook plaats gemaakt voor zachte recreatie. Een nieuwe onthaalplek krijgt vorm in 2022. Nieuwe wandelpaden worden aangesloten op het wandelnetwerk de Merode.